Ruth Slob

Ruth werkt als zelfstandig adviseur in de non-profitsector. Zij heeft een achtergrond in de kunst- & cultuursector en heeft gewerkt in diverse functies binnen uiteenlopende organisaties. Daarnaast heeft Ruth sinds 2012 een coach- en kindercoachpraktijk, genaamd het Speelatelier, waar zij iedereen, jong of oud, gezond of ziek, onzeker of moedig graag met speelse kracht coacht.

In 2014 maakte Ruth kennis met NAT en Animal Assisted Interventions (AAI). Zij volgde samen met haar hond Amber onder andere opleidingen en cursussen in Animal Assisted Therapy (AAT) en Animal Assisted Coaching (AAC) in Nederland en Canada. Sindsdien vormen zij een waarachtig team en hebben ze veel verschillende kinderen én volwassenen mogen ondersteunen bij hun persoonlijke ontwikkeling. Op dit moment schoolt Ruth zich bij in honden- en paardenosteopathie en werkt zij aan een promotievoorstel op het gebied van AAC/AAT.

Werkveld in gezamenlijkheid verder ontwikkelen

Ruth zit op persoonlijke titel in de werkgroep. Het welzijn van dieren in AAI ligt Ruth na aan het hart. Met de motivatie om het werkveld ethisch verder te ontwikkelen sloot zij zich na de oproep van de Raad voor Dierenaangelegenheden aan bij de Werkgroep Dierenwelzijn in dier-ondersteunde interventies. Vanuit haar werkervaring in de culturele sector weet Ruth wat oprecht samenwerken, transparantie bieden en het 1 + 1 = 3 principe een werkveld kan bieden. Zij wil dit daarom ook graag in deze sector uitdragen, opdat het AAI-veld in gezamenlijkheid verder gebracht kan worden. Dit vraagt dat men elkaar informeert, ondersteunt en wegwijs maakt en de handen ineen worden geslagen. Niet alleen op de werkvloer, maar ook op het gebied van beleid en richting de politiek. Ruth draagt hier graag aan bij.

Ruth heeft de rol van voorzitter aangenomen, omdat zij als zelfstandige een relatief neutrale positie kan innemen en zij haar ervaring als projectmanager en adviseur (onder andere bij diverse brancheverenigingen) ten behoeve van de werkgroep kan inzetten.

“Ik hoop de sector door te ontwikkelen tot een sector waarin een ieder zich bewust is van zijn/haar verantwoordelijkheden op het gebied van welzijn. Zowel die van cliënten/klanten, de dieren waarmee gewerkt wordt als de professionals die het werk uitvoeren. Een breed gedragen bewustzijn op het gebied van (dieren)welzijn en het toepassen van de daarbij horende protocollen is in mijn ogen noodzaak om dit werkveld gezond en bovenal veilig te houden, ongeacht de grootte van de organisatie waarbinnen gewerkt wordt of de oorspronkelijke achtergrond van een ieder die werkzaam is in de sector”